:: Ons verhaal
Ik kan me nog goed herinneren toen Patrick nog een baby was. Na de voeding moest hij altijd direct overgeven en dan kwam de halve fles er weer uit. Als ik daar dan met de wijkverpleegkundige over sprak, zei ze dat dat niet erg was want hij had de vitamines dan toch al binnen. Na verloop van tijd hield het overgeven ook vanzelf weer op. Dus alles ging zoals het hoorde. Hij groeide op tot peuter, en ging naar de peuterspeelzaal. Daar maakte hij veel vriendjes want hij was geen ruziezoekend type. De kleuterschool, daar ging hij graag naar toe. Het was nooit dat hij niet wilde. Groep 3 vond hij ook hartstikke leuk.
Het was een vrolijk ventje die altijd op zoek was naar gezelligheid. Het liefst wou hij bij vriendjes spelen waar veel kinderen thuis waren.
Op school was hij ook geliefd. Vaak kreeg ik te horen dat hij overal aan meedeed en alles leuk vond. Jarenlang zat hij op volleybal en eens per jaar gingen ze op kamp. Dat was er naar uitkijken en genieten! Als ik hem dan ging ophalen zei hij `Mam, niet praten, ik ben zo moe.` Als we dan thuis kwamen ging hij meteen naar bed en de volgende dag hoorde ik pas wat voor “n feest het was geweest.
Hij haalde z“n diploma“s voor beveiligingsbeambte. Hij kwam in een
asielzoekerscentrum te werken en daar had hij het helemaal naar z“n zin. Zijn
collega“s werden speciale vrienden. Als men een personeelsfeest organiseerde was
Patrick van de partij en hij wist altijd wel een huisje te vinden waar hij kon
blijven slapen. De telefonische contacten die ik dan kreeg met moeders van de
collega“s waren altijd leuk. Ze zeiden `Marian, Patrick heeft zo“n leuke humor,
hij is zo leuk. Elke moeder zou zich zo“n zoon wensen.“ Als ik dat dan hoorde,
voelde dat goed.
Thuis was hij ook de zon in huis, mijn trots.
Wat me altijd opviel, was `Mam, ik ben moe`. Soms had hij niks gedaan en dan
hoorde ik weer `Moeders, ik ben zo moe`. Die moeheid was anders dan een dag hard
werken. Als je dan een uurtje hebt gerust, gaat het ook wel weer maar bij
Patrick was dat anders. De moeheid bleef.
Toch maar naar de arts en die zegt `Je bent een jonge vent, je ziet er goed uit`. Nou dan gaan we weer naar huis.
Dan komen er rugklachten. We gaan weer terug naar de arts, en er volgt fysiotherapie. Naar maandenlang tabletten slikken voor de pijn, werd hij doorgestuurd naar het ziekenhuis. Na veel onderzoeken word er teelbalkanker en een agressieve vorm van lymfklierkanker geconstateerd. Daar sta je dan machteloos, boos, verdrietig en vooral bang. Ik wil hem niet kwijt. Er word geopereerd en de chemokuren beginnen. Een periode van pijnlijden en strijden. Hij zegt `Mam, ik wil bij jullie blijven`. Er word van alles geprobeerd maar hij gaat alleen maar achteruit. Op 21 januari 2002 overlijdt mijn Patrick aan deze vreselijke ziekte, die ik een sluipmoordenaar noem want je ziet hem niet maar hij zit er wel. Alleen blijven we achter, mijn zon in huis is er niet meer. Mijn Pat als je toch eens wist hoe erg ik jou mis. Er gaat geen dag voorbij of je zit in m“n hoofd.
Al met al is onze Pat een
half jaar ziek geweest. En dan moet je voor je eigen zoon een begrafenis
regelen. Op die bewuste dag gaan we van huis met z“n vijven. Met z“n vieren
komen we weer thuis. Hoe leeg dat voelt, hoe verdrietig je dan bent, dat is niet
uit te leggen. Het liefst wil je iedereen vragen, die met goede bedoelingen zijn
meegegaan, om alsjeblieft naar huis te gaan. Ik wil alleen zijn met m“n verdriet.
“t Liefst wil ik in zijn bed kruipen en er de eerste week niet meer uitkomen. De
dagen gaan maar voorbij. Die stilte is afschuwelijk... En maar naar de
begraafplaats gaan. Met huilen, vallen en weer opstaan, gaan we maar door. Ik,
als moeder, zou bij hem willen liggen. Ik zou me willen delen maar we hebben nog
twee jongens. We kunnen er niet overheen, we moeten er doorheen. We moeten
verder, of je wilt of niet. De lol is eraf. De gewone dingen die toch leuk
kunnen zijn, daar hangt nu een schaduw over. We denken terug aan vrienden van
Patrick, vooral collega“s die voor ons een grote steun waren. En dat zal altijd
in herinnering blijven.
Als laatste wat we konden doen, was in het K.W.F. Koningin Wilhelmina bos, te
Dronten een boom planten ter nagedachtenis aan Patrick van den Berg.
We houden van je...
Liefs je moeder, Marian van
Hal
Lieve broer,
Ik had nooit gedacht dat het zover zou komen. Ik herinner me nog goed dat we vroeger samen carnaval gingen vieren. En dat jij toen die tijd naar die grote feesten ging. Nu ben ik zelf ook zo oud en ga er ook heen, maar denk dan wel bij mezelf, was je er nog maar dan konden we samen nog een biertje drinken. Helaas mag dat niet zijn. Maar Patrick, iets wat ik in jou nooit zal vergeten is dat je altijd klaar stond voor andere mensen. Net als toen die keer. Ik had straf gekregen van pa en ma en moest de hele dag op mijn kamer zitten, maar toen jij thuiskwam nam je me op je nek en gingen we naar beneden. Jij had ervoor gezorgd dat ik mijn excuses moest aanbieden en dat ik dan weer naar beneden kon. Maar omdat ik toen zo jong was, wist ik niet wat ik precies moest zeggen. Wat is excuses? dus ik zei toen niks, met het gevolg dat ik gelijk weer naar mijn kamer kon en jij tegen mij zei: "Stomkop, nu heb je het zelf verprutst". Patrick in alle opzichten mis ik jou, je steun, je spontaniteit en je grappen. Je blijft altijd in mijn gedachten
Ik hou van je,
Veel liefs, je broer Jeffrey
Opgroeien met een broer die 8 jaar ouder is dan mij. Dat is dan toch je voorbeeld. Je kijkt tegen hem op, hij weet al zo veel. En dat is mooi meegenomen voor mij want ik leerde best veel van hem. Natuurlijk was er wel eens ruzie maar door de regel heen was hij lief voor me. Vaak sloegen we de handen in elkaar. Ik voelde al snel als er iets niet in de haak was, dat Patrick het altijd voor me opnam. We hadden samen iets speciaals. Hij was m'n maatje, de foto op de site in het ziekenhuis zegt al genoeg. Vooral toen we ouder werden had ik veel aan hem. Ik herinner me nog goed toen we naar de vuilnisstort moesten om verbouwingsafval weg te brengen. Ik zei tegen hem: “Pat, rijden we zo nog even langs de Mc Donalds“? want ik heb trek.
Hij zei: “Ja, we rijden er wel even langs.“ Vervolgens reed hij gewoon rechtdoor. Ik zei: “Wat doe je nu, je moet hier af!“ Hij zei lachend: “We rijden er toch gewoon langs“. Om zo“n flauwe gein lagen we dan in een deuk.
Als ik ergens naar toe moest, hoefde ik het maar te vragen en Pat regelde dat wel. Wat ik het meest aan hem waardeerde was zijn eerlijkheid, hij zei altijd wat hij dacht. Daarom ook zijn baan bij de beveiliging. Als hij van zijn werk thuis kwam had hij hele verhalen, altijd lachen. Jouw ervaringen hebben mij er ook toe gezet deze opleiding te gaan doen.
En dan de confrontatie met een
dodelijke ziekte. De schrik zit er goed in. Alles verandert in huis; vader zorgt
voor ons en moeders begeleid alles omtrent het ziekenhuis gebeuren. Ik was 15
jaar en ik maakte alles heel bewust mee. Toch gaat alles als een roes voorbij
want het ziekteproces gaat zo snel. Ik had nog zo veel met je willen doen... En
nu hij er niet meer is, kan ik alleen nog maar zeggen: “Ik mis je lachen en je
grappen,
je was m'n broer en tegelijkertijd m'n vriend.“
Liefs Rogier
Nadat
bekend was geworden, dat de standaard B.E.B.-kuur niet aan zou slaan, heeft
Patrick getekend voor een cocktail van verschillende chemo's. De cocktail zou
allerlei nare gevolgen kunnen achterlaten zoals; blindheid, doofheid,
onvruchtbaarheid en vernieling van allerlei organen. Hij had geen keus. Hij kwam
na de kuur 8 kilo aan. De nare gevolgen van de cocktail heeft hij helaas ook
moeten ervaren. Zijn nieren waren net een vergiet geworden. De afvalstoffen
gingen net zo hard weer naar binnen, als naar buiten. Ook kreeg hij een
cathether en kon hij niet meer plassen. Toen ik op bezoek kwam, stond er een
team van artsen rondom zijn bed. Ze vertelden dat we voorlopig moesten stoppen
met kuren anders zou het bloed zuur worden. Ze konden even niets doen. Hij kreeg
alleen morfine pleisters en andere pijnstillers. Het was nog maar de vraag of er
een derde chemokuur zou komen. Langzaam aan kwam er weer een beetje leven in
hem, en hij kwam weer en beetje bij. Als moeder zat ik altijd bij hem. Zijn
aftakeling is ondraaglijk om te zien. Als hij sliep, huilde ik veel. Ik stond
met lege handen, ik kon niets doen.
Toen kwam Professor Dr. Kupper vertellen dat er geen derde chemo kuur zou komen.
Ze zouden alleen nog de standaard B.E.B.-kuur toepassen. De tumoren begonnen met
groeien. Er ontstonden 6 a 7 kilo tumoren in z'n buik. In zijn hals werden zijn
lymfeklieren groter. Patrick zei tegen de arts: "Ik maak me zo'n zorgen om die
bulten in mijn hals en in mijn buik, wanneer gaan jullie mij opereren?" De
artsen antwoorden dat zijn tumormarkers moesten dalen van 30.000 tumormakers tot
140 anders konden ze niet opereren. Als hij op dat moment geopereerd zou worden,
zou hij het op de operatietafel niet overleven. Daarom kreeg hij eerst een B.E.B.-kuur.
Wij waren bang want het groeide allemaal zo hard. Professor Dr. Mulder begreep
onze angst maar hij zei dat we echt moesten afwachten tot het gedaald zou zijn.
Toen de daling was bereikt werden er veel foto's gemaakt. Er zouden afspraken
worden gemaakt voor de operatie's maar toen kwam de arts, die zou opereren, met
nog een team van artsen en verpleegkundigen vertellen dat er geen goed nieuws
was. De tumoren waren zo groot geworden, dat ze door allerlei aders waren
gegroeid. Als ze zouden gaan opereren zou hij het niet overleven. "Helaas, U
zult aan deze ziekte overlijden." We gingen door de grond.. Patrick had overal
aan mee gewerkt. Hij heeft het allemaal maar moeten ondergaan. Hij heeft
ontzettend veel geleden. Patrick wilde zo snel mogelijk naar huis. Het was 's
avonds 22 november, 18.00 uur, maar we kregen geen ambulance meer. Dat zou de
volgende dag worden, werd er gezegd. Toen hebben we 's avonds onze bus omgebouwd
met kussens en dekens, en hebben we Patrick mee genomen naar huis. Veel
verdriet, en veel huilen. We zaten emotioneel aan de grond, en dan krijg je ook
nog geen ambulance. Eenmaal thuis zei hij: "Mam, ik ben zo blij dat ik thuis
ben. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. Het waren nog 2 maanden van
alleen maar achteruitgang. In die 2 maanden hebben we Patrick intensief verzorgd
en hem geen moment alleen gelaten. Tot dat hij zei: "Ik kan niet meer, mam." Ik
zei tegen hem dat het goed was zo, laat maar los."